Standaard lines: De theoretische basisprincipes van backdoordraws
Geschreven door Kombi
| 1 2 3 4 5 |
Inleiding
In dit artikel:- Hoeveel outs een backdoordraw werkelijk heeft
- Waarom een freecardraise geen nut heeft
- Waarom backdoordraws voor No-Limit oninteressant zijn
Backdoor-draws, vaak ook runner-runner-draws genoemd, zijn draws die zich op turn en river moeten verbeteren om tot een made hand te worden. Je moet dus van de flop tot de river twee perfecte kaarten krijgen voor het compleet maken van je backdoor-draws.
Voorbeelden:
a) Je hebt A
K
op een 9
2
6
flop.
Hier heb je een backdoorflushdraw (BDFD).
b) Je hebt Q
T
op een J
4
6
flop.
Hier heb je een backdoorstraightdraw (BDSD).
De sterkte van een backdoordraw is relatief klein, maar kan in krappe spelsituaties doorslaggevend zijn. Vaak kom je in flopsituaties terecht waarin de beslissing tussen call en fold heel krap is. Dan kan een extra backdoordraw de doorslag geven.
In dit artikel leer je hoe je de sterkte van je backdoordraws goed kunt inschatten, dus hoeveel outs je jezelf voor een backdoordraw werkelijk kunt geven. Opdat je daar nu al een gevoel voor krijgt, zijn de outs in tabel 1 gezet.
|
Tabel 1: Outs voor de backdoordraws
|
Een eigen artikel voor backdoordraws is nuttig, daar backdoordraws kwalitatief van gewone draws verschillen. In tegenstelling tot een gewone draw moet je met een backdoordraw per se de turn én de river zien om te verbeteren. Dit betekent dat je in de berekening van je pot-odds zowel de flop- als ook de investering op de turn moet meetellen. Maar wat moet je precies doen om met de extra turnkosten rekening te houden?
Voor deze opgave is een dieper begrip van odds & outs noodzakelijk. Hieronder wordt deze kennis uitgelegd, en worden stap voor stap de waardes uit tabel 1 berekend.
| 1 2 3 4 5 |

