Hoe speel je vóór de flop?
Geschreven door Michael
| 1 |
Inleiding
Wat moet je in ieder geval hebben?
Nu komen we bij het belangrijkste deel. Je hebt een tafel gevonden en doet mee met het spel. Je krijgt twee kaarten en nu is de vraag: spelen of niet spelen?
Simpel gezegd werkt de shortstackstrategie als volgt:
- Wanneer je meespeelt, dan verhoog (raise) je. Je callt nooit een inzet.
- Je speelt maar weinig, maar als je speelt wel stérke kaarten.
Voor de perfecte speelwijze moet je echter eerst één concept hebben begrepen: positie.
Of bekijk de strategie in de vorm van een videopresentatie
De shortstackstrategie is er ook in de vorm van een video. Voor ieder artikel is er een video: De basis, het spel vóór de flop en het spel nà de flop.
| Basis | Voor de flop |
Na de flop |
In welke positie ben je?
Je positie geeft aan wanneer je tijdens een inzetronde aan de beurt bent. Daarbij bepalen we de positie aan de hand van wie de dealer is. Hoe meer spelers er deze inzetronde nog tussen jou en de dealer komen, des te eerder ben je aan de beurt en des te vroeger is ook je positie.
De vier positiegroepen aan een tafel met 10 spelers
Aan een tafel met 10 spelers zijn er vier positiegroepen: 3 vroege, 3 middel-, 2 late posities en de 2 blinds.|
|
|
De dealer en de speler aan zijn rechterzijde zijn de beide late positions (late posities).
De drie spelers die tegen de klok in voor de late positions zitten, zijn in middle position (middelposities).
De drie spelers die tegen de klok in voor de middle positions zitten, zijn in early position (vroege posities).
De beide spelers die de kleine en de grote blind-inzet hebben betaald, noemen we de blinds.
Wat gebeurt er bij minder dan 10 spelers?
Zijn er slechts negen in plaats van tien spelers aan tafel, dan is er een early position minder. Bij acht spelers is er zelfs nog maar één van de oorspronkelijk drie early positions. Bij zeven spelers is er helemaal geen early position meer.
Hoe minder spelers er aan tafel zijn, des te meer posities vallen er weg. Eerst de early, dan de middle positions enz. Even ter herinnering: Heb je minder dan 7 tegenstanders, of zijn er naast jouw meer dan twee andere shortstacks aan de tafel, dan verlaat je de tafel en zoek je een andere.
Welke kaarten speel je?
De starthandenkaart (SHC)
De complete strategie voor het spel voor de flop kun je in zogenaamde starting hands chart aflezen. Daar zie je welke kaarten je in welke situatie op welke manier speelt. Schrik niet als het er op het eerste gezicht verwarrend uitziet. De uitlegt volgt zo meteen en zodra je het eenmaal begrepen hebt, is het een ongelooflijk eenvoudige hulp tijdens het spelen.
Bekijk het strategie-overzicht, inclusief starting hands chart
| Wanneer er nog niemand heeft geraised, raise je met ... | |
| Je bent in vroege positie |
JJ tot AA AK |
| Je bent in middel positie |
99 tot AA AK AQ |
| Je bent in late positie of de blinds |
77 tot AA AT AJ AQ AK KQ |
| Als een tegenstander raiset, ga je all-in met ... | |
| Voor jou was er 1 raise |
JJ tot AA AK |
| Voor jou waren er 2 of meer raises |
KK, AA |
| Na jou wordt geraised |
TT tot AA AK |
| Resteals | |
| Je restealt met |
88 tot AA AJ tot AK |
| Bij een resteal van een tegenstander ga je all-in met |
99 tot AA AJ tot AK |
| Hoe groot is je raise? | |
| Voor jou heeft nog niemand geraised | 4 big blinds + 1 big blind voor iedere speler die voor jou in de pot stapte |
| Voor of na jou wordt geraised | Je gaat direct all-in |
| Je restealt/wordt geresteald |
Je gaat direct all-in |
Wat betekenen de afkortingen van de kaarten?
Elke enkele kaart wordt aangegeven door een hoofdletter of een cijfer. De hoofdletters volgen de Engelse naamgeving, zoals bijvoorbeeld Q voor Queen.
|
Gebruikte afkortingen voor kaarten
|
AA staat dus voor een pair azen, terwijl 77 tot AA betekent dat je in dit geval alle pairs van 77 tot AA speelt. AK is daarentegen de afkorting voor een aas en een koning. De kleur is daarbij niet belangrijk. Dus het maakt niet uit of beide kaarten bijvoorbeeld harten zijn of één kaart is een schoppen en de andere een klaveren.
Wanneer nog niemand heeft geraised...
Heeft voor jou nog niemand geraised, dan is je positie van doorslaggevend belang. Welke kaarten je in welke positie speelt, staat in het bovenste gedeelte van de starthandenkaart. Is je hand daar aangegeven voor jouw positie, dan raise je. Is je hand niet aangegeven, dan fold je.
Hoe groot je raise moet zijn, kun je heel simpel berekenen.
Je raise =
- 4 maal de big blind
- plus telkens 1 big blind voor iedere speler die al in het spel is gekomen.
Laten we aannemen dat je begint op de limiet NL10 (0.05/0.10). Daar bedraagt de big blind $0.10.
Wil je nu verhogen, dan raise je dus minstens naar 4 * $0.10 = $0.40.
Is voor je al een speler ingestapt, dan leg je daar nog eens $0.10 bij. Dat wordt dan in totaal $0.50. Zijn er al twee spelers ingestapt, dan zou het al $0.60 zijn.
Wanneer tegenstanders actie ondernemen....
De situatie verandert wanneer er voor jou al werd geraised. Of wanneer je met een raise in het spel bent gestapt en er na jou opnieuw geraised wordt.
In dit geval kijk je in het tweede deel van de starthandenkaart. Is je hand daar voor de betreffende spelsituatie aangegeven, dan ga je direct all-in en zet dus alles in. Is je hand niet aangegeven, dan fold je.
Met welke handen je all-in gaat, hangt af van de spelsituatie:
- Er was precies 1 raise voor je.
- Het waren twee of meer raises voor je.
- Na jou wordt er geraised (maakt niet uit hoe vaak).
Resteals
Het onderwerp resteals, dat in het onderste deel van de starthandenkaarten wordt behandeld, is een beetje ingewikkelder. Daarvoor moet je eerst twee begrippen leren: blindsteal en resteal.
Blindsteal: Een speler raiset in late positie of in de small blind, nadat voor hem alle andere spelers hebben gefold. Dan valt hij direct de speler(s) in de positie van de blinds aan. We noemen dit ook wel een 'blindsteal', omdat dit ook wel eens met zwakkere kaarten gedaan kan worden, gewoon om de blinds te stelen.
Resteal: Wordt een speler geconfronteerd met een blindsteal van een tegenstander en vervolgens raiset hij zelf opnieuw, of gaat hij zelfs all-in, dan noemen we dat een resteal. Je steelt terug.Het onderste deel van de starthandenkaarten toont je nu twee zaken:
- Met welke kaarten zou je moeten restealen (en dus all-in gaan) wanneer je met een blindsteal-raise wordt geconfronteerd.
- Met welke kaarten kun je all-in gaan wanneer je zelf een blindsteal hebt uitgevoerd en er een tegenstander opnieuw raiset of zelfs all-in gaat (restealt).
Te ingewikkeld? Bekijk dan eerst eens de onderstaande voorbeelden en vergeet niet om de starthandenkaart en het complete strategie-overzicht als printversie te downloaden. Dan heb je die bij het spelen altijd bij de hand.
Bekijk het strategieoverzicht inclusief starthandenkaart
Praktijkvoorbeelden
| Spellimiet | NL10 $0.05/$0.10 (big blind = $0.10) |
| Kaarten | |
| Positie | Vroege positie |
| Situatie | Je hebt twee spelers voor je. Beide folden. Dan ben je aan de beurt om een beslissing te nemen. |
Een aas-vrouw als starthand ziet er weliswaar goed uit, maar de starthandenkaart is duidelijk: In vroege positie moet je de hand wegleggen. Op langere termijn is aas-vrouw in vroege positie gewoon verliesgevend, hoe goed de kaarten er ook uitzien.
| Spellimiet | NL10 $0.05/$0.10 (big blind = $0.10) |
| Kaarten | |
| Positie | middel positie |
| Situatie | Je hebt vijf spelers voor je. Twee spelers gaan mee doordat ze de big blind slechts callen en dus niet verhogen. (limpen) |
Volgens de starthandenkaart moet je met twee negens in middel positie raisen, mits nog niemand heeft geraised. Nu is het alleen nog de vraag naar hoeveel je raiset.
De regel luidt: 4 big blinds + 1 big blind per speler die al in de hand is gekomen. In dit geval zijn er al 2 spelers ingestapt, wat dus aangeeft dat je een raise naar 6 big blinds maakt.
De big blind bedraagt $0.10. Dus raise je naar 6 * $0.10 = $0.60.
| Spellimiet | NL10 $0.05/$0.10 (big blind = $0.10) |
| Kaarten | |
| Positie | Late positie |
| Situatie | Je bent in de positie van de dealer. Voor jou raiset een speler in middel positie. Alle andere spelers folden. |
Omdat er voor jou al iemand heeft geraised, is nu het tweede deel van de starthandenkaart interessant: “Als een tegenstander raiset, ga je all-in met…”
Daar zie dat als er precies één tegenstander voor je heeft geraised, dat je dan met alle pairs vanaf twee boeren en met aas-koning all-in gaat. Dit betekent dus dat je hier all-in gaat en dus al je geld inzet.
| Spellimiet | NL10 $0.05/$0.10 (big blind = $0.10) |
| Kaarten | |
| Positie | Blinds |
| Situatie | Je bent de big blind. Alle spelers aan tafel folden, op een speler in late positie na. Deze raiset naar $0.40. De spelers daarna folden eveneens. |
Verhoogt een speler in late positie, nadat voor hem iedereen heeft gefold, dan is dit een zogenaamde blindsteal. Je kunt nu óf folden óf restealen (terugstelen), wat zou betekenen dat je all-in gaat.
Daarvoor hoef je slechts in het derde deel van de starthandenkaart te kijken: “resteals”. Daar zie je dat je met alle pairs vanaf twee achten en met aas-boer, aas-vrouw en aas-koning restealt.
Je hebt in dit voorbeeld twee achten in je hand. Dit betekent dat je kunt restealen en dus all-in gaat.
| Spellimiet | NL10 $0.05/$0.10 (big blind = $0.10) |
| Kaarten | |
| Positie | Late positie |
| Situatie | Alle spelers vóór jou folden. Je kijkt in de starthandenkaart en ziet dat je met een pair negens zou moeten raisen. Dit doe je dus en wel naar $0.40 (4 big blinds). Dan veroorzaakt de speler in de positie van de big blind problemen: hij raiset verder naar $1.20. |
Ook hier is weer het derde gedeelte van de starthandenkaart van toepassing: “resteals”. Je hebt in late positie geraised, nadat voor jou iedereen heeft gefold. Je hebt dus een blindsteal gemaakt.
Nu raiset echter een speler in de blinds opnieuw, wat je een resteal noemt. In de starthandenkaart vind je terug of je nu all-in kunt gaan of liever foldt.
De starthandenkaart vertelt je dat je nu met alle pairs vanaf twee negens en met aas-boer, aas-vrouw en aas-koning all-in kunt gaan. In dit geval heb je twee negens en je kunt dus al je geld inzetten.
Herhaling
Je hebt geleerd ...
- ... dat je nooit vóór de flop callt. Wanneer je speelt, dan raise je.
- ... wat je positie is en hoe je hem bepaalt.
- ... welke kaarten je in welke situatie speelt.
- ... dat je naar 4 big blinds + steeds 1 big blind per ingestapte speler raiset, wanneer niemand heeft geraised.
- ... dat je al je geld inzet, all-in gaat, zodra voor of na jou iemand raiset. Dit natuurlijk alleen wanneer je hand verder volgens de starthandenkaart verder kunt spelen.
- ... wat een blindsteal en wat een resteal is en wanneer je deze speelwijzes toepast.
In het laatste artikel van deze serie houden we ons bezig met het spel in de inzetronden na de flop:
Ga door naar het volgende artikel: Hoe speel je na de flop?
| LINKS | |||||||
|
|||||||
| 1 |



Volgende artikel: