Met strategie naar blijvend succes in online poker – meld je nu gratis aan!

De beste strategieën Met de juiste strategie wordt poker een kinderspel. Onze auteurs tonen jou stap voor stap hoe het moet.

De knapste koppen Leer van en samen met internationaal succesvolle pokerpro's, in onze live coachings en op het forum.

Gratis pokergeld PokerStrategy.com kost je niets. Er ligt zelfs gratis pokergeld op je te wachten.

Ben je al lid van PokerStrategy.com? Log hier in

StrategieFixed-Limit

Postflop: Verschillende flop texturen

Inleiding

In dit artikel
  • De samenstelling is beslissend.
  • Hoe goed zijn de flopkaarten samen te spelen?
  • Hoeveel handen kunnen het board hebben getroffen?

Samenstelling

De samenstelling (textuur) is de structuur van het board, in combinatie met de verschillende mogelijkheden, bijvoorbeeld hoeveel, en welke, draws mogelijk zijn.
De flop is een kritisch, belissend moment in Hold'em. Je hand kan dramatisch veranderen in combinatie met de drie kaarten van de flop. Een middelmatige hand kan op de flop ineens veranderen in een monster.

Aan de andere kant kan een preflop sterke hand zich door een ongunstige flop, snel ontwikkelen tot een middelmatige, of zelfs waardeloze hand. Eén van de beslissende vaardigheden van een pokerspeler is het snel kunnen vaststellen hoe de flop samenwerkt met de eigen kaarten en met die van de tegenstanders. Hierbij is het anayliseren van de floptexture van doorslaggevend belang.

De textuur van de flop wordt ingedeeld in drie grote categorieën:

  • Suitedness
    Hoeveel kaarten van dezelfde soort (suit) liggen er op het board? Is een flushdraw of een flush mogelijk?
  • Connectedness
    Hoeveel kaarten op het board zijn aan elkaar verbonden of liggen dicht bij elkaar? Zijn straightdraws of straights mogelijk?
  • Highcards
    Hoeveel hoge kaarten, "plaatjes" en azen liggen er op het board? Hoge kaarten worden vaak gespeeld. Naarmate er meer hoge kaarten op tafel liggen, des te hoger is de kans dat iemand iets heeft getroffen.

Allereerst onderzoek je de flop op kenmerken van suitedness en connectedness. Hierbij is ook belangrijk hoe hoog de flopkaarten zijn en of er een pair op tafel ligt.

DOWNLOADS

Uitgebreide charts voor het preflop spel

Odds & outs tabellen als PDF

Video: Flop texturen
.
Bekijk de video

De inhoud van dit artikel kun je nu ook als video bekijken. Klik op het plaatje aan de linker kant om het videovenster te openen.

Lees daarnaast echter ook het artikel nog eens door om de strategie echt onder de knie te krijgen. Je pokeraccount zal je dankbaar zijn.

Rainbow Flops

Een eerste stap in het beoordelen van de floptextuur, is de vraag hoeveel kaarten van dezelfde suit op tafel liggen: de suitedness. Zijn er flushdraws of flushes mogelijk?

Er zijn drie mogelijke combinaties, te weten:

  • Rainbowflops - Alle drie de kaarten zijn van een andere suit.
  • 2-suited flops - Twee kaarten van de flop zijn van dezelfde suit.
  • 3-suited flops - Alle drie de flopkaarten zijn van dezelfde suit.
RAINBOWFLOPS

Drie kaarten van verschillende suits komt in 40% van de gevallen voor. Zulke flops worden rainbowflops genoemd. In dit geval zijn er geen flushdraws mogelijk, met uitzondering van een "backdoorflusdraw" (die zowel op de turn als op de river een flushkaart moet treffen om een flush te maken. Dit gebeurt maar in 4% van de gevallen).

Twee typische vormen van een rainbowflop zijn de rainbow met een hoge kaart (2.2.) en de rainbow "All rags" (2.3.), wat inhoudt dat er alleen kaarten van de rank acht of lager op de flop liggen. Uiteraard zijn rainbows ook mogelijk met een pair of meerdere hogere kaarten.

Wanneer je op een dergelijke flop een relatief zwakke draw hebt, zoals overkaarten of een middle-/lowpair, dan geeft deze flop je relatief goede kansen om de beste hand te maken, daar de flushdraws ontbreken. Met de juiste pot-odds kun je op deze flop dus callen.

RAINBOW MET EEN HIGHCARD

Rainbow 'one' highcard betekent, dat de flop drie verschillende soorten kaarten bevat, waarvan er één een hoge kaart is. Deze flop komt vrij vaak voor en helpt de meeste spelers niet, daar er maar weinig flush- en straightdraws mogelijk zijn.

Top pair is vaak een sterke hand bij deze flops, omdat de kans om door een straight of flush te worden verslagen vrij klein is.

Wanneer er maar weinig spelers op de flop zijn, en je een middle-/lowpair hebt, dan is dat vaak zelfs de beste hand en zou je moeten raisen. Heb je trips geflopt, dan heb je een zeer sterke hand en kun je zelfs een slowplay overwegen.

Maar: is de pot al behoorlijk groot, of zijn er callingstations in het spel, dan moet je nooit gaan slowplayen, dan moet je juist direct raisen.

Daar de rainbowflop de hand van de tegenstander vaak zal missen, is dit een goede gelegenheid om, tegen weinig tegenstanders, succesvol te bluffen.

Een typisch voorbeeld: Je zit in de big blind en op de flop komt K75-rainbow. Verder spelen alleen een limper en de small blind mee in de hand. De SB checkt naar jou toe. Nu kun je een semi-bluf of zelfs een pure bluf in overweging nemen. Bij een potgrootte van drie small bets hoeven de tegenstanders slechts in 25% van de gevallen te folden, om je bluf winstgevend te maken.

RAINBOW ALL RAGS

Dit type flop is geen hulp voor de meeste spelers die vrijwillig geld in de pot hebben geïnvesteerd, daar de meesten toch een voorliefde hebben voor de hogere kaarten. Eventueel zou echter een limper een set kunnen hebben gehit en ook een loose speler zou de flop goed gehit kunnen hebben.

Met een set heb je natuurlijk een sterke hand, en wanneer je op één van de blinds two pair hit ook. Met two pair moet je echter wel altijd meteen raisen of checkraisen (checken en vervolgens reraisen nadat een tegenstander bet). Deze handen zijn te zwak voor een slowplay. Ook wanneer je een set hit zou je meestal op de flop moeten betten en raisen, dit om de maximale winst uit je hand te halen.

Wanneer er niet dit soort handen in het spel zijn, is een overpair meestal de beste hand. Overpairs op de flop zijn sterke, maar ook kwetsbare handen en moeten in ieder geval beschermd worden met een bet of raise.

De floptextuur geeft minder gelegenheid voor een bluf, daar tegenstanders vaak met twee overcards meegaan op de flop. Hier ontbreekt de mogelijkheid om hoge boardcards als scarecard te gebruiken.

Vaak flop je een zwak top pair na een freeplay vanuit de big blind. Een voorbeeld is T6 bij een 652-rainblowflop. Tegen één of twee tegenstanders zou je in ieder geval betten, daar de kans groot is dat je de beste hand hebt. Heb je meerdere tegenstanders, dan is het vaak beter om te checken en af te zien van een bet. Afhankelijk van de ontwikkeling van de hand kun je dan een check/raise overwegen, om daarmee tegenstanders te elimineren. Bet echter iemand uit vroege positie en wordt hij daarna geraised, dan kun je de kaarten rustig wegleggen, daar je bijna nooit de beste hand hebt.

Suited Flops

2-SUITED FLOPS

In ongeveer de helft van de gevallen (55%) komt de flop 2-suited, dus met twee kaarten van dezelfde soort. Dit betekent dat iedere speler die twee kaarten van deze soort heeft, een flushdraw heeft. Heb je zelf een flushdraw gehit, dan zul je de hand meestal tot de river uitspelen.

Flushdraws zijn sterke handen. Ze komen in 35% van de gevallen uit op de river en een flush staat hoog in de handrankings.

Wat kwetsbaarder wordt een flushdraw wanneer er op het board een pair verschijnt. Tegenspelers die het board hebben getroffen kunnen hier minstens two pair hebben en het gevaar bestaat nu dat ze de flush verslaan met een full house. Toch zou ook in deze situatie een flushdraw over het algemeen gespeeld worden, al is het dan wat minder agressief.

Made hands, en dan vooral top pairs, zijn op een 2-suited flop wat zwakker dan op een rainbowflop. Het gevaar bestaat dat een tegenstander met een flushdraw een betere hand maakt op de river. Top pair ligt preflop vaak echter voor en daarom moeten deze handen over het algemeen worden beschermd met agressief betten en raisen. Ook wanneer een tegenstander een flushdraw niet wilt opgeven is het erg belangrijk om hem te laten betalen zolang je zelf de beste hand hebt.

Door de mogelijke flushdraw zijn de zwakkere draws nu alleen nog speelbaar wanneer de pot-odds veel beter zijn dan bij een rainbowflop. Voor spelers met overcards, gutshots en kleine pairs zijn de mogelijke flushkaarten geen out meer. Bovendien bestaat de grotere kans dat je op de turn je hand hit, om vervolgens te verliezen na een redraw op de river. Daarom zijn zwakkere draws meestal beter te folden en slechts bij zeer goede odds te spelen.

Een speler met een aas of koning in dezelfde kleur als de dubbele suit op het board heeft een backdoor flushdraw. Deze wordt tot de river in 4% van de gevallen compleet. Een backdoor flushdraw is op zichzelf geen reden om na de flop verder te spelen. Wel kan hij marginale andere handen wat meer sterkte geven.
3-SUITED FLOPS

In ongeveer 5% van de gevallen is een flop 3-suited, wat inhoudt dat alle kaarten van dezelfde suit zijn. Nu is op de flop al een flush mogelijk.

Heb je het geluk om op de flop al een flush te treffen, dan zou je altijd (met uitzondering van de hoogst-mogelijke flush: de nutflush) moeten betten of raisen. Dit doe je om je hand te beschermen tegen een mogelijke draw op een betere flush.

Heb je echter zelf de nutflush, dan heb je een erg sterke hand en zoek je naar de manier om zoveel mogelijk uit de hand te halen. Ook hier kun je meestal het beste sterk spelen op de flop. Een vierde flushkaart op de turn zou namelijk je actie ernstig kunnen doodslaan. Ook bestaat een kleine kans dat iemand een kleinere flush heeft gehit en zich niet realiseert dat hij niet de beste hand heeft. Vermoed je echter alleen zwakke handen bij je tegenstanders, dan is een slowplay vaak de juiste keuze.

Heb je één van de twee hoogste flushkaarten, dan zul je de hand vaak tot de river uitspelen. Daarbij zijn vaak verschillende winstgevende semi-blufs mogelijk. Heb je echter een kleinere flushdraw, dan kun je die zondermeer wegleggen tegen meerdere tegenstanders. Het gevaar om je eigen hand te maken en vervolgens toch de pot niet te winnen is gewoon veel te groot (drawing dead).

Wanneer niemand een flush heeft, dan ligt de speler met een straight of een set natuurlijk voor. Ook een top pair is bij een 3-suited flop nog speelbaar. Ga daarmee echter relatief conservatief mee om. Zwakke handen, zoals middle- en bottompair en straightdraws, kun je eveneens beter folden.

Connected Flops

De tweede vraag bij de beoordeling van de floptextuur is de manier waarop het board verbonden is. Zijn er aaneensluitende kaarten, of kaarten die dicht bij elkaar liggen en het mogelijk maken dat er straightdraws of straights liggen? Vooral deze twee types flop zijn interessant:

  • 2-Connected flops - Hier zijn twee kaarten aaneensluitend, zoals bijvoorbeeld JT.
  • 3-Connected flops - Hier zijn drie aaneensluitende kaarten aanwezig en zou onder andere een complete straight mogelijk zijn.
2-CONNECTED FLOPS

In ongeveer 40% van de gevallen is de flop 2-connected. Dit maakt straightdraws mogelijk en vergroot de kans op two pairs, daar de meeste pokerspelers graag verbonden starthanden spelen.

Vooral een OESD is een sterke hand bij een rainbowflop. Hij zal in zo'n 32% van de gevallen verbeteren tot een straight.

Heb je, naast een straightdraw, ook nog eens overcards, dan wordt dit al een behoorlijk sterke hand op de flop, en speel je hem dus ook als zodanig uit.

Een typisch voorbeeld is een KQ op een JT2-rainbowflop. Een andere speelbare draw is de gutshot met twee overcards, op dit board dus de AK.

3-CONNECTED FLOPS

Bij 3-connected flops bestaat de verhoogde kans dat een speler al een straight heeft geflopt. Daarom is dit type flop voor alle andere handen gevaarlijk.

De nutstraight (hoogst mogelijke straight) is echter lang niet zo sterk als de nutflush. Er bestaat altijd de kans om op de showdown te verliezen van een flush. Bovendien kunnen andere straightkaarten verschijnen, waardoor de pot gesplit wordt, of kunnen er eventueel nog hogere straightkaarten komen en je laten verliezen. Daarom bescherm je een geflopte straight altijd met agressief spel.

Straightdraws speel je alleen met de bovenkaarten van de straight en niet met de onderste kaarten (ook wel: idiot's end genoemd). Je loopt namelijk anders een flink risico uiteindelijk je straight te maken en toch te verliezen op de showdown.

Overpairs en top pairs zou je voorzichtig moeten spelen. Er is altijd het risico dat een tegenstander two pair heeft (vanwege de voorliefde van pokerspelers voor connected cards).

Heb je, naast je overpair, ook nog eens een straightdraw, dan is je hand al veel sterker, zoals bijvoorbeeld met JJ op een 987-flop. Vaak kunnen overcards in combinatie met een gutshot ook gespeeld worden.

Een pair op het board

In 17% van de gevallen ligt er een pair op het board. Duidelijk zal zijn dat trips dan een erg sterke hand is. Wordt er echter zeer sterk gebet, dan moet je als speler met trips en een zwakke kicker, voorzichtiger worden. De tegenstander zou een betere kicker, of een full house, kunnen hebben.

Flush- en straightdraws verliezen bij een pair op het board behoorlijk aan waarde. De grotere kans op een full house en sterkere redraws is hier de oorzaak van.

Zeer zelden (ééns in de 425 handen) ligt er een three of a kind op het board. Een speler met quads heeft dan uiteraard de sterkste hand. Meestal heeft echter niemand quads getroffen. In dit geval zijn pocketpairs sterk (hoe hoger hoe beter). Heeft niemand een pocket, dan is een grote aas een sterke hand.

HOOG PAIR

Bijzonder gevaarlijk wordt een flop met een hoog pair. Hoge kaarten worden uiteraard vaker gespeeld. Wanneer meerdere spelers bij een dergelijke flop geld investeren, dan heeft meestal minstens één speler trips.

Zijn er echter maar weinig spelers op de flop, dan is vaak een overpair, top pair of zelfs een grote aas al de beste hand. Bij een pair op de flop zijn er namelijk maar vijf kaarten die er op aansluiten, terwijl dat er anders negen zijn.

KLEIN PAIR

In principe geldt hetzelfde als bij een hoog pair. Toch is het onwaarschijnlijk, dat solide spelers in een vroege positie of middenpositie trips hebben getroffen. Een tight-speler zal over het algemeen niet met een vier in een hand zijn met een board als T44. In dat geval kun je met een overpair of top pair agressiever spelen. Zijn er echter erg loose spelers in de hand, dan kun je zeker ook rekening houden met trips.

Bij een klein pair op het board in een niet geraisede pot, zijn er goede mogelijkheden om een bluf te maken vanuit de big blind, wanneer bijvoorbeeld een 44J-rainbowflop komt. Heb je drie tegenstanders op een dergelijke flop en is de small blind niet in de hand of heeft hij gecheckt, dan bet je uit, daar de kans groot is dat niemand een goede hand heeft, terwijl je zelf heel goed trips kunt representeren.

Alleen highcards

Een ander speciaal geval is de flop met alleen hoge kaarten, zoals een AKT of QJ9-flop. In dit soort gevallen heb je een sterkere hand nodig dan bij de meeste andere floptypes.

De reden daarvoor is dat de tegenstanders over het algemeen vaak met hogere kaarten spelen, en dus de kans groter is dat iemand een sterke hand heeft gehit.

Wil je tegen meerdere tegenstanders op een dergelijke flop de beste hand hebben, dan is meestal minimaal een top pair met een goede kicker nodig.

Zwakkere draws als middle- of bottompair geef je hier op. Het gevaar is te groot dat je de hand verbetert en toch de pot verliest. Door de combinatie van het board met de drie hoge kaarten liggen er vaak straightmogelijkheden.

Slot

Suitedness, connectedness en highcard-druk zijn de drie grote criteria waarop je de boardtextuur onderzoekt. Daar komt nog de vraag bij of het board een pair vertoont, en hoe hoog dat pair is.

Met hoeveel starthanden is het board connected? Hoe gevaarlijk is het board voor mijn made hand? Hoe waarschijnlijk is het dat mijn tegenstander deze handen ook werkelijk speelt? Dit zijn enkele vragen die je moet kunnen beantwoorden. Dit zal uiteraard niet vanaf het begin lukken. Het zal moeten worden aangeleerd, en wel met de klassieke hulpmiddelen: oefening, forum, coachings, artikelen en handbeoordelingen.