Met strategie naar blijvend succes in online poker – meld je nu gratis aan!

De beste strategieën Met de juiste strategie wordt poker een kinderspel. Onze auteurs tonen jou stap voor stap hoe het moet.

De knapste koppen Leer van en samen met internationaal succesvolle pokerpro's, in onze live coachings en op het forum.

Gratis pokergeld PokerStrategy.com kost je niets. Er ligt zelfs gratis pokergeld op je te wachten.

Ben je al lid van PokerStrategy.com? Log hier in

StrategiePoker - De Basis

De basis: Positie

Poker is een spel van incomplete informatie, dus elk stukje informatie dat je te pakken kunt krijgen, is waardevol voor je spel. Hoe meer spelers er vóór jou moeten handelen, des te meer informatie kun je krijgen. Het is je positie aan tafel die bepaalt op welk punt je een beslissing moet nemen.

Je moet onderscheid maken tussen absolute en relatieve positie. Je absolute positie is de positie die je hebt ten opzichte van de button. Je bent in UTG, MP, CO, op de button of in de blinds. Maar belangrijker is eigenlijk je relatieve positie. Dit is je positie ten opzichte van andere actieve spelers in een hand.

Er zijn drie relatieve posities: in positie, uit positie en sandwich.

Is er op de flop nog maar één actieve tegenstander over (heads-up), dan zijn er twee opties:

  • Je speelt in positie (IP): Dit betekent dat je als laatste aan de beurt bent.
  • Je speelt uit positie (OOP): Dit betekent dat je als eerste een beslisissing moet nemen.

De positie wordt bepaald door de volgorde van inzetten na de flop. De small blind speelt altijd uit positie, zelfs al neemt hij de op één na laatste preflopbeslissing.

Wanneer er postflop echter meer actieve spelers zijn, dan noemen we die situatie een multiwaypot. Nu kun je ook tussen twee spelers in zitten, wat we een sandwichpositie noemen. Zit je postflop in de sandwich, dan kun je nooit als laatste handelen.

SB Moet als eerste handelen, dus hij is OOP.
BB Speelt in de sandwich en heeft positie ten opzichte van de SB.
BU Handelt als laatste, dus hij is IP. Hij heeft positie ten opzichte van de BB.

In positie is beter dan uit positie

Je wilt de meeste handen in positie te spelen. Dit leidt tot een informatievoordeel ten opzichte van de andere spelers, omdat je nu op iedere street (flop, turn en river) als laatste kunt beslissen.

Op de button zit je altijd in positie. Je zult altijd als laatste handelen, wat betekent dat de button de beste positie aan tafel is.

De slechtste plaats is de small blind. Hoewel je preflop de op één na laatste beslissing neemt, ben je postflop altijd de eerste die moet handelen.

De andere posities kunnen alle mogelijke relatieve posities innemen. Hoe meer spelers er nog op je acties kunnen reageren, des te hoger is het risico dat je postflop uit positie moet spelen. Dit maakt de cutoff de op één na beste positie aan tafel, omdat alleen de button postflop nog na jou kan handelen. Hoe vroeger je positie, des te hoger is de waarschijnlijkheid dat je wordt gedwongen om postflop uit positie te spelen.

Ben je postflop in positie, dan zullen je tegenstanders op iedere street vóór jou moeten handelen, wat betekent dat je altijd het informatievoordeel hebt en weet of ze hebben gecheckt of gebet. Daarentegen weten andere spelers niet hoe je reageert op een check, dus jij hebt de totale controle. Je kunt betten of checken en dus besluiten om de volgende kaart gratis te bekijken – in feite krijg je een gratis kaart.

In positie kun je meer handen spelen

Er zijn twee factoren die essentieel zijn bij het bepalen van je keuze van starthanden:

  • De kans dat een speler na jou een sterke hand heeft.
  • De kans dat je na de flop in positie speelt.

Hoe later je positie is, des te kleiner is de kans dat iemand na jou een sterke hand heeft. Tegelijkertijd is er een betere kans dat je postflop in positie speelt. Gevolgtrekking:

Belangrijk:
Hoe dichter je bij de button zit, des te meer handen kun je spelen.

Er is één uitzondering op deze regel en dat is de small blind. In dit geval ontstaat er een conflict tussen de twee factoren. De SB handelt preflop als de op één na laatste. Daardoor is de kans klein dat iemand achter hem een sterke hand heeft. Postflop is de SB echter altijd OOP.

Denk er dus aan dat je in de SB meer handen kunt spelen dan vanuit vroege positie, maar veel minder dan op de button.

Je wilt vaak in positie zitten ten opzichte van zwakke spelers

Je relatieve positie hangt af van je actieve tegenstanders. In het meest ideale geval wil je tegen zwakke spelers spelen (fishes) en positie op ze hebben.

Hoe dichter je bij een speler rechts van je zit, des te vaker heb je postflop positie op hem. Hoe dichter je bij een speler links van je zit, des te vaker speel je uit positie. Je doel is dus om zo dicht mogelijk bij een zwakke speler aan je rechterzijde te zitten, liefst vlak naast hem aan zijn linkerzijde.

Samenvatting

Positie bepaalt wie als eerste moet handelen en wie als laatste mag handelen.

Er zijn drie relatieve posities, bepaald door de volgorde van inzetten na de flop:

  • In position (IP): Je handelt postflop als laatste.
  • Out of position (OOP): Je moet als eerste handelen.
  • Sandwich: Je zit tussen twee tegenstanders in. Tegen één van hen ben je IP, maar tegen de andere ben je OOP.

Vanwege het informatievoordeel is het beter om in positie te spelen, dan uit positie. In positie kun je meer starthanden spelen. Zit er een zwakke speler aan je tafel, dan wil je zo dicht mogelijk links van hem zitten, want daar ben je ten opzichte van hem het grootste deel van de tijd in positie.

Volgende stappen

Maak de quiz en test jouw kennis van deze les.
Start de quiz
Ga naar het forum om deze les te bespreken en vragen te stellen.
Ga naar het forum