Met strategie naar blijvend succes in online poker – meld je nu gratis aan!

De beste strategieën Met de juiste strategie wordt poker een kinderspel. Onze auteurs tonen jou stap voor stap hoe het moet.

De knapste koppen Leer van en samen met internationaal succesvolle pokerpro's, in onze live coachings en op het forum.

Gratis pokergeld PokerStrategy.com kost je niets. Er ligt zelfs gratis pokergeld op je te wachten.

Ben je al lid van PokerStrategy.com? Log hier in

StrategieNo-Limit BSS

Preflopstrategie: tight of loose?

» EXTRA MATERIAAL

Inleiding

Vaak worden spelers op twee manier getypeerd. Ten eerste naar de keuze van hun starthanden, of ze tight of loose spelen, en daarna of ze passief of agressief spelen. Met betrekking tot het tweede aspect is iedereen het er relatief over eens, dat een agressieve speelwijze beter is dan het passieve spel, omdat je zo, naast het winnen met de beste hand, vaak ook potten wint doordat je betere handen tot folden brengt. Met betrekking tot het eerste aspect is er echter geen duidelijk betere strategie: Onder de winnende spelers van een limiet zijn zowel "TAG's" als "LAG's" te vinden.

In deze column wil ik graag de voor- en nadelen van het tighte en het loose spel bespreken en erop ingaan wanneer, welke speelwijze zinvoller lijkt. Hierbij beschrijf ik allereerst mijn eigen ontwikkeling, dan ga ik in op de lessen die ik door ervaring heb geleerd.

Eerst heel tight, dan heel loose - nu iets daartussen

Toen ik begon met full-ring op NL25, hield ik me eerst alleen aan de SHC. Uit mijn ervaringen met fixed limit wist ik dat een kleine verandering van de preflopstrategie op de verkeerde plaats sterke uitwerkingen kan hebben, en dus was ik wat dat betreft heel conservatief.

Door het bekijken van de FR-coachings van Shagg heb ik toen echter in toenemende mate zijn stijl overgenomen, die vaak zelfs nog iets tighter is. Zo werd bijvoorbeeld AQo voor me aan een FR tafel vanaf de UTG tot een standaardfold. Door die veranderingen kon ik vaak voorkomende marginale situaties vermijden en winstgevender spelen. Daarnaast heb ik ook aan mijn postflop-spel gewerkt en zo kon ik stukje voor stukje opklimmen naar NL200 en NL400.

Daar was de heel tighte speelwijze nog steeds winstgevend, maar zonk de winrate toch aanmerkelijk. Geïnspireerd door het shorthanded-spel, begon ik mijn starthandenrange wat looser te maken: terwijl ik van de vroege posities altijd nog relatief tight was, heb ik vooral van de cut-off en de button veel meer handen gespeeld. De omschakeling ging niet helemaal vlekkeloos, omdatik allereerst moest leren in welke situaties de handen winstgevend te spelen zijn en in welke je beter kunt folden. Maar na enige tijd kwam er een heel positieve uitkomst: ik kon heel veel kleine potten winnen door te bluffen en werd met goede handen vaker uitbetaald, zodat de winrate in zijn geheel steeg.

Op de weg van NL400, via NL600, naar NL1000 heb ik vervolgens steeds verder geëxperimenteerd. Het hoogtepunt van mijn loose spel was uiteindelijk een sessie op NL1000, met 25/20 stats - ofwel ik heb iedere vierde hand gespeeld en iedere vijfde hand geraised. Destijds had ik al twee dagen met een heel loose spel zeer goed resultaten bereikt, zodat ik dacht dat ik de tegenstander over het algemeen zou kunnen uitspelen. Het eindresultaat was een groot rood getal, waarop ik liever niet nader inga...

Vandaag speel ik noch heel tight, noch ultra-loose, maar ik heb over het algemeen FR-stats van ongeveer 15/10 (natuurlijk zijn dit slechts gemiddelde waardes; afhankelijk van tafel en tegenstander kunnen er grote afwijkingen zijn). Daarmee speel ik nu langere tijd op NL400 tot NL1000 echt winstgevend is, en ik denk dat ik ondertussen een solide preflopstrategie voor mezelf heb gevonden.

 

Voor- en nadelen van de betreffende speelwijze

Het is mijn ervaring dat het tighte en het loose preflop-spel, elkaar aanvullende voor- en nadelen hebben. Over het algemeen kun je die eigenschappen terugbrengen op de volgende twee aspecten:

  • Sterkte van de starthand:
    Al in de eerste strategie-artikelen hebben we geleerd dat we zo mogelijk met sterke starthanden naar de flop zouden moeten gaan, omdat we anders vaak niet weten waar we staan. Bij een tighte speelwijze is dat altijd het geval. Zo raisen we als heel tighte speler vanuit UTG slechts de sterkste starthanden, zoals QQ+ en AK - hier zijn er weinig handen die ons kunnen domineren. Verder hebben we ook in positie meestal de beste hand wanneer we raisen. Bij een loose speler is dat echter niet het geval. Hij heeft vaak een zwakkere hand dan de al in de pot gestapte tegenstanders, en callt of raiset daarmee. Als gevolg daarvan kan hij er niet van uit gaan dat hij altijd voor ligt wanneer hij een top-pair heeft getroffen, maar moet hij postflop juist wat voorzichtiger (wat niet-passief betekent) verder spelen.

  • Leesbaarheid:
    Het tweede aspect waar je op moet letten, is het feit hoe gemakkelijk we het onze tegenstanders maken om ons op een kleine range te zetten. Het moge duidelijk zijn dat we willen verhinderen om leesbaar te zijn, omdat de tegenstander - wanneer hij ons exact op een kleine range kan zetten - vaak zelfs met zwakkere kaarten, winstgevend tegen ons kan spelen. Precies hier ligt het probleem van de heel tighte spelers. We nemen nog eens de speler van hierboven, die heel tight speelt en vanuit UTG raiset. Omdat de meeste spelers slechts hun top x% raisen, kunnen we relatief zeker zeggen dat hij bijvoorbeeld een hoog pocketpair of AK heeft. Postflop kunnen we daarom goed inschatten of we voor liggen, of gewoon kunnen folden. Een loose speler, die bijvoorbeeld meer dan 20% van zijn handen uit de cut-off openraiset, is al veel moeilijker te lezen. Hij kan hier een klein pocketpair, een suited connector, twee facecards maar ook een monster, hebben. Bij een zo brede range wordt het veel moeilijker om in te schatten of we op de flop voor liggen, of niet.

Hoe ziet de ideale standaardstrategie er uit?

Nadat we de twee centrale aspecten hebben belicht, is het nu de vraag wat de optimale standaardstrategie is. Die is er natuurlijk niet. Uiteindelijk moeten we ons altijd afvragen tegen welke tegenstander we spelen. Laten we daarom de volgende scenario’s aannemen:

  • Onze tegenstanders letten hoofdzakelijk op hun eigen kaarten en niet op hoe wij spelen. Ook proberen ze niet om ons op een range te zetten.

    Tegenstanders van dit type treffen we vaak aan op de lagere limieten. Ze hebben twee kaarten en spelen deze "volgens de regels". Op de flop wordt bekeken of men een fatsoenlijke made hand heeft, en wanneer dat het geval is denken ze voor te liggen. Tegen zulke tegenstanders hoeven we ons, met betrekking tot de leesbaarheid, weinig zorgen te maken - ze letten daar totaal niet op. Daarom kunnen we ons er op concentreren, slechts relatief sterke starthanden uit te kiezen en spelen we dus tight.

  • Onze tegenstanders gebruiken pokersoftware zoals de PokerStrategy.com Elephant en letten op onze statistieken, zoals PFR en VPIP. Deze nemen ze ook mee in hun beslissingen. Op de hogere FR-limieten vind je in toenemende mate tegenstanders van dit type.

    Bij dergelijke tegenstanders zullen we het veel moeilijker krijgen om met een tighte speelwijze vaak met goede handen te worden uitbetaald. Aan de hand van de statistieken zien de tegenstanders dat we heel selectief zijn in de keuze van onze starthanden en dus vaak handen als TPTK of beter hebben. Tegenstanders die meedenken, kunnen ons echter exploiten, doordat ze ons niet uitbetalen wanneer het board goed past bij onze range en ons uit de pot bluffen wanneer het board ongunstig is, of valuebetten wanneer ze een betere hand hebben. Als gevolg daarvan is hier, tegen goede tegenstander, een iets loosere range zinvol, zodat we niet zo gemakkelijk kunnen worden uitgespeeld, en met sterke handen ook uitbetaald worden.

Daarbij is het belangrijk om in te zien dat er, zelfs binnen een limiet, heel verschillende tegenstanders zijn, zodat een aanpassing van de preflopstrategie zinvol is. Zit er bijvoorbeeld een fish aan tafel, dan probeer ik om veel potten met hem te spelen (zal dus looser spelen) om hem te kunnen stacken. Bij een maniac zou ik daarentegen eerder wat tighter spelen en op een juiste hand wachten, waarmee ik dan echter ook bereid ben om all-in te gaan.

De algemene benadering van de voor- en nadelen laat echter zien, dat uitspraken als "LAG is beter dan TAG" of omgekeerd, relatief onzinnig zijn, omdat ze niet de concrete spelsituatie (vooral onze tegenstanders) bekijken.

 

Samenvatting

Je kunt zowel als tighte en als loose speler een winning player zijn. Het is belangrijk dat je de speelwijze aanpast aan de betreffende tegenstanders. Hoe minder de tegenstanders op ons letten, des te minder hoeven we te letten op onze leesbaarheid en kunnen we ons vol op het spelen van sterkere starthanden concentreren. Wanneer de tegenstanders er echter wél op letten hoeveel handen we spelen en ons op bijbehorende ranges zetten, moeten we iets looser worden, zodat ze moeilijkheden hebben om ons te lezen.