Met strategie naar blijvend succes in online poker – meld je nu gratis aan!

De beste strategieën Met de juiste strategie wordt poker een kinderspel. Onze auteurs tonen jou stap voor stap hoe het moet.

De knapste koppen Leer van en samen met internationaal succesvolle pokerpro's, in onze live coachings en op het forum.

Gratis pokergeld PokerStrategy.com kost je niets. Er ligt zelfs gratis pokergeld op je te wachten.

Ben je al lid van PokerStrategy.com? Log hier in

StrategieNo-Limit BSS

Crushing NL 50 3/6 - Postflop: Verdiepende concepten

» COLUMN

Crushing NL 50 (3/6)
Postflop: Verdergaande concepten

Door: Hasenbraten

In dit deel van de columnserie “Crushing NL 50” gaat het om verdere basisconcepten van het postflop-spel. Deze zijn concreter dan die uit het vorige deel. Je leert vandaag wat een range is, hoe je daarmee werkt en hoe je de range van je tegenstander kunt bepalen. Bovendien wordt het spel in 'way ahead/way behind'-situaties besproken en wordt ingegaan op protection for potcontrol en value.

Denken in ranges

Een range is in eerste instantie een aantal handen. Een enkele hand als A T is een heel specifieke range, terwijl een minder specifieke range zou zijn: AQs+, AKo, QQ+.

Vaak wordt het begrip 'range' ook gebruikt voor de speciale range die je bij een tegenstander in een bepaalde situatie kunt hebben. Om deze aanduidingen in te korten wordt de XY+ schrijfwijze vaak gehanteerd. 

De + betekent hierbij de verhoging van een kicker, zo omvat bijvoorbeeld AT+ ook AT, AJ, AQ en AK, zowel offsuited als suited. Dit verschil kan door bijvoorbeeld AJo+ ATs+ worden aangeduid. Dit is nu de range ATs, AJs, AQs, AKs, AJo, AQo, AKo. Bovendien kan + sterkere handen van dezelfde categorie aanduiden. Daarbij staat dan 65s+ voor 65s, 67s, 87s, enz.

Hoe denk je nu in ranges?

Je moet goed beseffen dat een tegenstander nooit een enkele hand speelt, maar altijd een range. Probeer in ranges te denken. Pas dan is handreading zinvol. Ook voor het inschatten van de equity is het denken in ranges noodzakelijk.

Wat is precies de equity?

Het begrip werd in het laatste artikel al een keer aangehaald. Omdat het hier wat preciezer wordt gebruikt moet het nog eens worden uitgelegd. De equity van een range tegen een andere range is de grenswaarde in de aandelen van de pot, die de verschillende ranges krijgen met inachtneming van het board.

Een range kan hierbij natuurlijk tussen de exacte verklaring van een exacte hand en de onnauwkeurige verklaring 'any two' variëren. Een gevoel voor de equity is bij poker noodzakelijk. Wanneer je in een aantal situaties onzeker was, zou je na de sessie de Equilator te hulp moeten roepen en de hand goed moeten analyseren.

Nu een aantal voorbeelden van equity in verschillende situaties:

  • Top-pair tegen flushdraw met undercards: 65% tegen 35%
  • Top-pair tegen flushdraw met twee overcards: 48% tegen 51%
  • Set tegen open-ended straightdraw en flushdraw: 60% tegen 40%
  • QQ tegen de range QQ+, AK: 40% tegen 60%
  • Top-pair tegen top-pair met slechtere kicker: 86% tegen 13%

Afhankelijk van het board kunnen deze waardes natuurlijk een klein beetje wijzigen, maar de waardes zijn ondanks dat heel goede aanknopingspunten voor het eigen spel.

Handreading

Nu komen we bij het praktische punt van dit artikel: handreading.

Handreading is het bepalen van de range van een tegenstander, aan de hand van gegeven informatie. Dit proces verlangt onder andere veel ervaring, ongeacht hoeveel theoretische kennis je bezit. Handreading vindt plaats aan tafel. Je komt er niet omheen om het zelf uit te voeren en uit je fouten te leren.

Handreading doe je aan de hand van een reductieprincipe. Zolang er geen speler door de dealer wordt bevoordeeld zitten er aan het begin van een hand negen spelers aan je tafel, met een range van any two. Je eigen hand ken je al.

Nu zullen deze spelers acties ondernemen. Wanneer een speler raiset verandert zijn range, want hij raiset tenslotte niet any two, maar een kleinere range. Deze hangt zowel af van het type speler als van zijn positie en de acties van andere spelers.

Wanneer er bijvoorbeeld tot de cut-off wordt gefold en deze raiset, dan heeft deze misschien een range van 22+, A7s+, ATo+, 78s+, T9o+, QTo+, KT+. Om dit wat nauwkeuriger te maken moet je zoals altijd alle aanwezige informatie opnemen.

Een tighte speler zal misschien minder handen raisen en een loose misschien meer. Bij iedere extra actie die deze speler in het verloop van de hand onderneemt, kan deze range kleiner worden.

Daarbij is belangrijk: De range kan niet meer wijder worden. Een hand die een speler voor de flop niet zou raisen zal niet na de flop plotseling in zijn range opduiken. Toch is handreading nooit 100% perfect, waardoor er natuurlijk op basis van eerdere verkeerde inschattingen verdere foute beslissingen mogelijk zijn.

Om dit direct met een voorbeeld te verduidelijken:

Voorbeeld 1

100BB stacks
CO (TAG)
BU (Callingstation)

Preflop: all fold, CO raises 4BB, BU calls 4BB, 2 folds

Op basis van je inschatting als TAG, geef je de CO de volgende range: A2s+, ATo+, 78s+, T9o+, QTo+, KT+, JT.

Voor de BU is ongeveer de volgende range realistisch: 22-JJ, A2-AQ, 45+ 46+ 58+, Q2+, K2+, J5+, T5+.

Deze range is heel breed. Hij zal ook niet altijd met elk van deze handen coldcallen, misschien alleen altijd met de broadways en niet met de kleinere connectors, maar toch komen ze vaak genoeg voor om in de range te worden opgenomen.

Flop: K, T, 2
CO bets 7BB, BU calls 7BB  

De TAG zal hier tegen de fish waarschijnlijk niet meer met 100% out of position betten. Je zou hem hier Tx+ kunnen geven, naast draws zoals flushdraws, QJ voor de OESD, AQ en AJ met gutshot en overcard. Dus is de range van de TAG’s nu ongeveer: Ah2h+, KT+, QJ, JT+, 22, TT+

Zijn naam getrouw zal het callingstation hier wel heel veel callen. Eventueel ieder pair, iedere flushdraw, iedere straightdraw en af en toe ook aas-hoog. Zijn range is dus: 2Q+ (dus Q2, K2, A2, voor mogelijke tweeën) T5+, K2+, QJ, AJ, AQ, J9, Q9, XhYh. Daar komen ook altijd een aantal random calls van andere handen bij, zoals misschien one-card backdoorflushdraws of aas-hoog en vergelijkbare handen. Ook mogelijk is een two pair+, die echter niet altijd worden geraised.

Turn: 3
CO checks,

De CO zal made hands vaak nog een keer betten, minstens top-pair+. Een bet met Tx+ zou ook niet slecht zijn, maar zal niet altijd worden gebet. Dan zijn er nog de made hands en draws die niet sterk genoeg zijn voor een extra bluf. Heb je in het begin een fout gemaakt en bluft hij vaker puur, dan geeft hij deze nu ook op.

Laten we het volgende aannemen:

CO: JT, T9 als zwakkere made hands, AQ, AJ, QJ, XY zonder draw.

BU bets 15BB, CO raises All-In 

Hier zal de anders meer passieve BU meestal wel een hand hebben. Omdat hij op de flop niet per se sterke handen raiset, zal hij meestal wel Kx of iets sterkers hebben, en af en toe ook wel slechtere handen of een draw.

De raise past niet in het beeld. Er is eigenlijk geen hand uit de range van de TAG die hij hier na het tonen van sterkte van de BU zo zou spelen. Of de range-analyse was al daarvoor ergens incorrect, of de inschatting van zijn spel met die range was onjuist.

Wanneer dit in het spel gebeurt moet je zo snel mogelijk proberen om de fout te vinden en te verbeteren. Wanneer dat niet lukt blijft je nog één mogelijkheid: 'Vergeet' de oorspronkelijke benadering van de range en vraag je af of dit spel een bluf, een semi-bluf of een valueplay kan zijn en hoe waarschijnlijk dat is.

Verwacht je geen bluf of semi-bluf, dan moet je je equity tegen een valuerange inschatten, waarbij je hier over het algemeen rekening moet houden met handen die je eigenlijk uitgesloten had. Je tegenstander moet tenslotte een hand hebben. Wanneer je zelf aan tafel zit, kun je handreading het best op de volgende manier aanpakken:

Bepaal de range van je tegenstander. Maak inschattingen over mogelijke reacties van gedeeltes van de range van de tegenstander. Neem op deze basis de meest winstgevende van de mogelijke beslissingen.

'Winstgevend' laat zich in dit geval ook wiskundig bepalen. Hoe meer mogelijkheden mee moeten worden gerekend, des te ingewikkelder wordt dit. Als basisformule geldt het volgende:

EV = Pfold * Pot + ( 1 – Pfold ) * ( Equity * ( Pot + Bet ) - ( 1- Equity ) * Bet )

Pfold is de kans op een fold van de tegenstander, pot is de pot zonder je inzet en equity je aandeel in de pot. Om de winstgevendheid in te schatten, stel je EV=0 en los je dit op tot een gevraagde grootte of een gevraagde verhouding.

Hier geldt voor een call Pfold = 0, voor een bluf-equity = 0. Als voorbeeld moet hier eerst de benodigde foldequity voor een pure bluf worden berekend:

0 = Pfold * Pot + ( 1 – Pfold ) * ( 0 * (Pot + Bet) - ( 1-0 ) * Bet) = Pfold * Pot – (1-Pfold)*Bet

Afhankelijk van de betgrootte kom je dus op Pfold = bet/(bet+pot). Houd je nu rekening met de betgrootte in delen van de pot, dan wordt Pfold = bet%/(bet%+1) met bet% = bet/pot. Wanneer een bluf met een potsizebet winstgevend moet zijn, dan heb je dus een fold nodig in 1/(1+1)=0.5, dus in een op de twee, van de gevallen. Zet je daarentegen slechts de halve pot, dan moet je tegenstander in ½/(½ + 1) = 1/3, dus in een op de drie, van de gevallen folden.

Deze en vergelijkbare berekeningen vormen de basis voor een wiskundige analyse van de verwachtingswaarde. In moeilijke gevallen heb je nog een range-analyse nodig om de equity te bepalen en moet er ook eventueel met verschillende scenario’s rekening worden gehouden (wanneer er drie spelers betrokken zijn kan het tot een fold komen van beide, één van beide of géén tegenstander).

In geval van twijfel kun je minstens een ruwe uitspraak doen over de verwachtingswaarde, daar tenslotte geen enkele inschatting heel nauwkeurig kan worden getroffen. Zo kom je ook los van vage uitspraken als 'ik geloof dat het zo goed is' en ga je naar meer gefundeerde uitspraken, zoals 'ik bereken dat op die manier en het resultaat zegt het', die beter te controleren zijn.

Helaas zijn er over het algemeen maar weinig beslissingen zo gedetailleerd te controleren. Vooral aan het begin van een hand is het op grond van de overvloed aan mogelijke scenario’s en de optelsom van de fouten bij inschattingen daarover, niet of nauwelijks mogelijk om wiskundig gefundeerde uitspraken te doen.

Way ahead/way behind

We laten nu de droge wiskunde achter ons en gaan na het eerste praktische deel van handreading, verder naar de extra postflopconcepten. Het eerste heet 'Way ahead/way behind' ofwel WA/WB. Het beschrijft een bepaalde situatie waarop het volgende van toepassing is:

  • Tegen een deel van de range van de tegenstander heb je heel veel equity.
  • Tegen een deel van de range van de tegenstander heb je heel weinig equity.
  • Beide delen zijn ongeveer even waarschijnlijk.

Via deze inschattingen kom je op een relatief eenvoudige aanbeveling uit, want

  • Je hoeft je hand niet voor draws te beschermen.
  • Op agressie zal je tegenstander slechtere handen vaak opgeven.

Samen leidt dit ertoe dat je kunt proberen om passief naar de showdown te komen. Deze speelwijze maximaliseert de winsten, daar slechtere handen in de hand blijven en je de tegenstander niet de kans op blufs ontneemt. Bovendien minimaliseer je ook je verliezen, daar je de pot niet overmatig oppompt.

Hierbij moet nog worden aangegeven dat er géén WA/WB-situatie is ontstaan wanneer je óf heel vaak voor en heel zelden achter ligt, of omgekeerd. Heb je bijvoorbeeld KK en je gelooft niet dat je tegenstander AK speelt, dan lig je ver voor op alles behalve AA, of alleen op deze achter.

Toch is het over het algemeen waarschijnlijker dat je tegenstander een slechter pair speelt dan een betere, waardoor WA/WB niet van toepassing is. Hetzelfde geldt voor 77. Weliswaar lig je op kleinere pairs voor, maar voor een all-in of iets dergelijks zal je tegenstander bijna alleen maar grotere pairs nemen, wat maakt dat de inschatting over de kansen dat dit gebeurt, niet klopt.

Voorbeeld 2

100BB stacks
(Geen informatie)

Preflop: Hero is CO with JJ
6 folds, Hero raises 4BB, 2 folds, BB calls 3BB

Flop: Q, 6, 3; Pot 8BB
BB checks

Oké, je hebt second pair. Wanneer je achter ligt heb je slechts twee outs. Wanneer je voorligt heeft je tegenstander maximaal vijf outs, behalve wanneer hij 45 heeft. Het lijkt erop dat dit een WA/WB is. Dat is het ook bijna, maar toch overwegen de redenen voor een bet:

  • Er is toch nog een aantal handen die slechter zijn en op agressie niet folden (andere second pairs).
  • Zou je de hand slechts checken, dan zou daarmee je range voor het betten van een dergelijke flop niet goed zijn gekozen, daar je hier ook graag wilt blufbetten.

Hero bets 6BB, BB calls 6BB

Turn: 3
BB checks

De 3 is een blank; je tegenstander kan hier goed óf een betere hand (Qx), óf alleen een slechtere (6x of pocket) hebben. Wanneer je bet, foldt hij die laatste meestal en beschermen hoeft ook niet. Een tweede blufbet zul je hier niet bijzonder vaak maken en daarom kun je hier goed WA/WB spelen en behind checken.

Hero checks

River: 9
BB checks

Hier kun je zelfs nog een keer voor value betten. De meeste handen die je zou verslaan zou hij anders spelen. Wanneer je nog een keer ongeveer de halve pot bet, krijg je vaak nog een call van slechtere pairs.

Zou de BB op de river echter bijvoorbeeld 12BB betten, dan zou het antwoord niet zo heel duidelijk zijn. Met het tonen van zwakte op de turn kun je de river hier vaak callen. Je tegenstander zou hier eventueel zelfs slechtere pairs voor value of als block kunnen betten, of handen als 45 bluffen. In totaal is het echter altijd nog te tegenstander-afhankelijk om een algemene aanbeveling te kunnen geven.

Potcontrol, protection & value

Drie omschrijvingen, drie situaties en drie doelformuleringen:

  • Potcontrol betekent dat je met een middelsterke hand de pot klein wilt houden. Het leidt tot een passieve speelwijze.
  • Protection betekent met een made hand te willen verhinderen dat een tegenstander zijn hand verbetert. Het leidt tot een agressieve speelwijze.
  • Value betekent dat je de pot wilt vergroten omdat je denkt de beste hand te hebben. Ook dit leidt tot een agressieve speelwijze.

Deze principes zijn duidelijk tegengesteld en het is niet altijd duidelijk naar welke je zou moeten streven. Heb je de best mogelijke hand, of een van de beste handen, dan is het over het algemeen duidelijk: Je speelt voor value.

Er ontstaan problemen bij een overlapping van potcontrol, protection en valuesituaties. Bijvoorbeeld wanneer je een overpair op een dry board hebt. Je tegenstander zou een set of two pair kunnen hebben, die je zou verslaan. Tegen deze handen zou je voor potcontrol moeten spelen of zelfs moeten folden.

Heeft je tegenstander daarentegen bijvoorbeeld een top-pair, dan zou je voor value spelen, daar hij tenslotte óók een hand heeft waarmee hiij vaak bereid is om wat te investeren.

Mogelijke situaties voor potcontrol versus value zouden zijn:

  • TT op 923r, KQ op KT5r, etc.

Mogelijke situaties voor potcontrol versus bescherming zouden zijn:

  • JJ op Q93; KJ op JT2; 22 op 9824, etc.

Elk van deze situaties is op zichzelf zo simpel gesteld niet te bepalen. In enkele gevallen moet je met behulp van reads een plan maken en inschatten hoe een bepaalde tegenstander een bepaalde hand zou spelen. Speelt hij draws eerder actief of passief, slowplayt hij misschien veel, raiset hij vaak op de flop, en zo ja waarmee, met welke handen gaat hij naar de showdown, foldt hij top-pair vaak, etc.

Bij al deze vragen moet je in het achterhoofd houden dat de speler door het preflop-spel over het algemeen zijn range al sterk heeft verkleind (van 100% naar, afhankelijk van de situatie, misschien 2%-30%).

» SAMENVATTING

Je hebt nu met de bewerkte theoretische inhoud de basis gelegd voor het verslaan van de fullring-games. Zowel je preflop- alsook je postflop-spel moet solide genoeg zijn opdat je in het volgende deel bezig kunt gaan met een overstap naar shorthanded.

Dit is weliswaar niet per se noodzakelijk, maar zal toch door de meeste spelers vroeger of later worden gedaan. In het volgende artikel komt vooral het shorthanded preflop-spel, samen met de openraisechart, ter sprake. In de volgende delen worden geavanceerdere concepten en speelwijzen besproken.