Met strategie naar blijvend succes in online poker – meld je nu gratis aan!

De beste strategieën Met de juiste strategie wordt poker een kinderspel. Onze auteurs tonen jou stap voor stap hoe het moet.

De knapste koppen Leer van en samen met internationaal succesvolle pokerpro's, in onze live coachings en op het forum.

Gratis pokergeld PokerStrategy.com kost je niets. Er ligt zelfs gratis pokergeld op je te wachten.

Ben je al lid van PokerStrategy.com? Log hier in

StrategieNo-Limit BSS

Crushing NL 50 5/6 - Tegenstandergericht spel II

» COLUMN

Crushing NL 50 (5/6)
Tegenstandergericht spel II

Door: Hasenbraten

In het voorgaande artikel heb je al de basisprincipes van het tegenstandergerichte spel, exploiting, balancing en als toepassing ook gepolariseerde ranges leren kennen.

In dit tweede deel wordt nu met een deel over semi-blufs en deception, een extra toepassing van de concepten aangeleverd. Verder leer je een aantal uitgangspunten voor het spel tegen verschillende types tegenstander kennen.

Daarbij ligt de nadruk op het tegenstandergericht spel. Er worden specifieke fouten van verschillende spelertypes uitgelicht en concepten voor het exploiten van deze fouten aangedragen, die verder gaan dan 'bluf tegen een nit' en die over een theoretisch gefundeerde basis beschikken.

Deception

Het begrip deception is tot nog toe slechts sporadisch aangehaald, maar nog niet verder belicht. Het staat in samenhang met balancing en betekent in dit verband letterlijk zoiets als 'versluieren'.

Het gaat erom dat je verhindert dat je tegenstanders op basis van jouw speelwijze kan herkennen welke hand jij hebt. Dit is vaak een reden voor een continuationbet, al is balancing alleen over het algemeen niet voldoende. Kan je tegenstander goed handen readen, dan zou hij zonder balancing of deception, in de gelegenheid zijn om erg veel goede beslissingen tegen je te treffen. Dat zou hem dan een grote edge op jou geven.

Het gaat er dus om, een meedenkende tegenstander deze goede beslissingen zo moeilijk mogelijk, of zelfs onmogelijk te maken. Laten we het nog een beetje algemener bekijken.

Zowel jij als je tegenstander hebben bepaalde doelen met een hand. Deze hangen aan de ene kant af van de eigen hand, maar aan de andere kant ook van de hand of range die je bij de tegenstander verwacht.

Hoe nauwkeuriger je de range van je tegenstander kunt bepalen, des te minder vaak zal zijn doel met dat van jou te verenigen zijn (de uitzonderingssituaties spelen zich dan sowieso vanzelf). Daarom is het voor jou noodzakelijk om de waarneming van jouw range door de tegenstander te manipuleren. Eenvoudig gezegd: Je mag tegen een goede tegenstander niet iedere draw als een draw en niet iedere made hand als een made hand spelen.

Pure blufs en semi-blufs

Een relatief eenvoudige toepassing van dit concept kun je vinden bij semi-blufs. De volgende punten moeten van toepassing zijn:

  • Je speelt nu shorthanded.
  • Je hebt meer ervaring.
  • Je bent een betere handreader.

Hetzelfde geldt ook voor je tegenstanders. Op dry boards zijn er voor jou in eerste instantie twee mogelijkheden: Of je speelt slechts handen die genoeg equity hebben, óf je speelt naast sterke handen ook blufs op deze manier.

Op de mogelijkheid om de range niet te polariseren en ook middelsterke handen als heel sterke handen te spelen wordt hier niet verder ingegaan. Dit betekent voor een perfecte tegenstander dat hij óf altijd weet 'die wil all-in, welke range heeft hij daar?' wanneer je sterkte toont, óf moet denken: 'hij wil all-in óf hij bluft'. Daarbij heeft hij exacte informatie nodig over de specifieke situatie, of goede stats over je bluf-frequentie.

Gaat hij ervan uit dat je in dergelijke spots over het algemeen bluft, dan leidt dat snel tot slechte reacties. Je tegenstander kan er gemakkelijk van uitgaan dat je vaker bluft dan je werkelijk doet, of juist van het tegendeel. Wanneer je daarentegen nooit bluft, is het voor hem gemakkelijker omdat hij zijn fout alleen nog maar kan maken bij het inschatten van de valuerange.

Een groot probleem van pure blufs is dat ze heel goed de eis voor een bluf-equity = 0 vervullen. Tegen de range die verder wordt gespeeld is het aandeel aan de pot over het algemeen werkelijk 0, waardoor natuurlijk ook de bluffende speler dure fouten maakt wanneer hij een verkeerde inschatting maakt.

Anders is het daarentegen in het geval van een sterkere semi-bluf. Deze heeft in plaats van 0 aandelen aan de pot misschien 25-45% equity. Ook met deze handen heb je liever een fold van je tegenstander, maar de regelmaat waarmee hij foldt mag veel kleiner zijn zonder dat je verlies maakt dan in het geval van een pure bluf.

Vaak is de equity zelfs zo groot die je helemaal geen foldequity meer hoeft te hebben om winstgevend all-in te gaan. Toch is ook in dit geval een maximalisering van de foldequity noodzakelijk, om niet slechts een positieve maar om de maximale EV uit de hand te halen.

Het is ook belangrijk om zo mogelijk zelf het laatste geld in de pot te brengen, zolang dit nog foldequity oplevert. Je moet bijvoorbeeld na een check/raise vaak een all-in met een goede draw callen, hoewel het geen oddscall is. Zou je er met een andere speelwijze voor kunnen zorgen dat niet jij maar je tegenstander de laatste beslissing moet nemen en daarbij tegelijkertijd nog foldequity genereren, dan zou je de voorkeur moeten geven aan die speelwijze.

VOORBEELD 1

100BB stacks

Preflop: Hero is SB with 8, 9
UTG raises 4BB, MP calls 4BB, Hero calls 3.5 BB

Het is zeker mogelijk om preflop een coldcall te overwegen bij een slechte MP-/UTG-/BB-speler.

Flop: T, 7, 2

Het is zondermeer een droomflop met een enorme equity. De vraag is natuurlijk wat hier de beste speelwijze zal zijn.

Ga ervan uit dat UTG in deze hand niet de fish is. De mogelijkheden om geld in de pot te krijgen zijn óf een donkbet, óf een check/raise. Een check/raise heeft aan het nadeel dat het alleen werkt als er ook daadwerkelijk een bet komt.

Dat hoeft echter niet altijd te gebeuren, want de flop is niet optimaal. UTG kan hier 3-handed met een fish in de hand het een en ander checken. Bovendien blijft op de turn, afhankelijk van de raisegrootte, nog ca. 2/3- tot 3/4-potsize over.

Er zijn tegenstanders die op de flop slechts zouden callen om de turnkaart af te wachten. Tref je, dan folden ze (in ieder geval op de flush). Tref je niet, dan callen ze. Helaas is dat het tegendeel van wat je bereiken wilde. Toch kun je hier - wat tenslotte ook je doel was - goed een made hand representeren omdat heel veel spelers TT, 77, 22 of misschien T7 juist op die manier zouden spelen.

Dan blijft de donkbet over. Deze is hier inderdaad vaak de beste keuze. Folden beide tegenstanders op de flop, dan is dat vanzelfsprekend goed voor jou. Raiset een van de beide tegenstanders, dan kun je met relatief veel dead money en eventueel zelfs nog foldequity, je geld direct op de flop naar het midden schuiven en zo moeilijke situaties op de turn vermijden.

In het geval van een call moet je de turn out of position spelen. Verder zal UTG vanwege zijn sandwichpositie, tussen de fish en de donkbet vaak handen raisen of folden die hij in heads-up slechts zou callen.

Anders kun je op de turn beslissen om verder agressief te spelen of passief te worden. Over het algemeen zal de line bet/3-bet hier vaak gemakkelijker te spelen zijn dan een check/raise.

Wat heeft dit nu allemaal met deception te maken? In eerste instantie niets. Het is hier voordelig dat de voor draws geschikte agressieve line ook geschikt is voor made hands. Wanneer je naast monsterdraws ook sets op deze manier speelt, heeft je tegenstander een heel moeilijke beslissing.

Hij moet zich nu afvragen welke vormen van draws of made hands je hier kunt hebben. Ook moet hij goed inschatten hoe je deze in deze situatie speelt. Het is belangrijk om informatie over je range niet prijs te geven. Om niet puur op de gedachten van een semibluff te blijven hangen, kijken we nog even naar een denkbeeldig voorbeeld.

Je zou op deze flop ongeveer drie handcategorieën kunnen hebben:

  • Middelsterke handen, zoals top-pair of middlepair en eventueel JJ. Ze verslaan overcards en draws, maar staan achter tegen het sterkste deel van de range van de tegenstander.
  • Sterke handen, zoals sets of eventueel T7. Hiermee wil je in ieder geval all-in. Hoe precies de grens tussen middelsterke en sterke made hands ligt, is natuurlijk weer situatie- en tegenstander-afhankelijk.
  • Tot slot nog draws van verschillende sterkte, combodraws of pure flush- of straightdraws.

Dit stelt ongeveer de hoeveelheid handen voor die je door wilt spelen. Veel mensen zouden hier misschien als standaardline voor de sterke handen check/raise, bet spelen en check/call of check/fold met de rest. Dat is natuurlijk totaal niet misleidend, want de range is compleet ongebalanceerd en je tegenstander kan er gemakkelijk tegen spelen.

Een mogelijkheid om daarvan af te komen zou zijn met 'bet/3-bet' met sterke made hands en een deel van de draws. Daarmee zijn deze beide goed te spelen, maar je komt in een lastige situatie:

Speel je check/call op de flop, dan kun je behalve bij een treffer van een draw, nooit drie bets callen. Je moet dus óf accepteren dat je weggebluft kunt worden, óf je maakt af en toe herocalls met een deel van de middelsterke handen. Dat is ongeveer het hier voorgestelde alternatief. Zonder er in detail verder op in te gaan, zijn er ook andere mogelijkheden om zulke lines te balanceren.

Misschien niet 3-handed, maar heads-up is het hier ook een mogelijkheid om een tijd lang slechts eenvoudige draws, die je op een 3-bet foldt, te check/raisen en met sterke draws en sets of two pairs slechts te callen.

Op de turn is dan met de gehele range een check/raise een optie. Dit zou een mogelijkheid zijn om regelmatige second barrels van de tegenstander te beantwoorden en dan eventueel eenvoudige one-pair handen beter naar de showdown te kunnen brengen, doordat die second barrels dan minder vaak voorkomen.

Het principe daarachter is simpel: Speel een deel van je range zoals niet wordt verwacht. Daarbij moet je altijd vermijden dat je tegenstander je op een exacte range kan zetten (dus altijd semi-blufs of blufs in je range hebben) en je op noodzakelijke herocalls voorbereiden wanneer de situatie daarvoor onvermijdbaar is.

Basisprincipes tegen verschillende tegenstandertypes

Hierbij wordt met opzet afgezien van een indeling op basis van stats. De manier van spelen en de doelen die iemand volgt is veel belangrijker. Deze informatie is voor het categoriseren pure spelstatistiek.

Weak-tighte TAG (wTAG)

Je zou deze tegenstander ook als slechte TAG kunnen aanduiden. Tight-aggressive is natuurlijk al een goed begin, maar er zijn veel spelers die óf algemeen heel weak zijn, óf te strak volgens schema spelen. Dit laatste leidt op grond van ontbrekende diepte in de beslissingen ook heel vaak tot deze weakness.

De wTAG is vaak zelf nog een marginaal winnende speler omdat er nou eenmaal ook echte fish is, maar hij is geen sterke speler. Je wint in kleine en middelgrote potten geld van hem. De wTAG speelt vaak zijn kaarten zonder erg op de ranges van zijn tegenstander te letten. Daardoor is hij kwetsbaar voor grote blufs en zelden in staat om zelf creatief te spelen of grotere blufs te proberen.

In grote potten heeft hij meestal ook een sterke hand, waardoor je hier over het algemeen geen voordeel zult hebben. Als totaalplaatje zou dit type speler slechter moeten zijn dan jij. Je kunt relatief constant en zonder groot risico geld van hem krijgen. Niet zo veel als bij een echte fish, maar je speelt toch +EV tegen hem.

Soms kun je hier, zoals reeds gezegd, proberen met gemiddeld risico kleine en middelgrote potten te kopen. Tegen deze speler kun je preflop een hoge 3-bet-frequentie aanhouden, omdat je zelden tegenstand krijgt. Je moet daarbij natuurlijk opletten dat zijn initiële range niet te klein is (UTG-raise), voor de rest krijg je zelden tegenstand in de vorm van lichtere calls, 4-bets of 4-bet-blufs.

Tegelijkertijd vormen zich ook vaak winstgevende coldcallsituaties, omdat je niet alleen door treffers maar vooral in positie ook vaak zonder treffers de pot mee kunt nemen. Daarbij moet je vooral op squeezes letten, waarvoor de wTAG ook relatief kwetsbaar is.

Op de flop zijn zowel raises als floats geschikt om de wTAG uit de hand te dringen. Je hoeft er bij flopraises ook maar weinig op te letten wat je representeert, want de wTAG zal minder vaak downcallen alleen omdat je hand er als een bluf uitziet. Ook op flopcalls krijg je vaak een fold. De wTAG second barrelt te weinig en speelt zowel op de flop als op de turn vaak te tight.

Ook voor 3-barrel-blufs is deze speler kwetsbaar, omdat hij zijn sterke handen vooral out of positie meestal snel speelt en dus na een 'check/call flop, check/call turn'-line, zelden een hand heeft die een riverbet wil zien, ergo hij foldt vaak (ook al zou hij misschien moeten herocallen).

Solide TAG (TAG)

Zoals de naam al zegt is dit de goede variant van de wTAG’s. De besproken zwaktes van de wTAG’s bestaan bij de ideale TAG niet meer. De TAG speelt in principe net zoals de wTAG, met als verschil dat hij bereid is om van zijn gameplan af te wijken wanneer dat nodig is. Zoals de naam al aangeeft heeft hij in principe een tight uitgangspunt, maar zal hij zich op de een of andere manier behoorlijk aanpassen wanneer hij met overmatige agressie of regelmatige blufs wordt geconfronteerd.

Lighte 3-bets beantwoordt hij met calls en 4-bets en veranderde openraisingranges, floats en aanvallen op de flop met reblufs, refloats en lichtere calldowns wanneer het nodig is. Deze tegenstander begrijpt ook semi-blufs op de turn en hij kan zich erop aanpassen. Om het kort te maken: de TAG zal niet per se proberen tegen je te spelen zolang hij jou voor een bovengemiddelde speler houdt. Kruisen jullie paden, dan zul je geen gemakkelijk spel hebben.

Wanneer twee spelers met dezelfde strategie op elkaar stoten, is het over het algemeen zo dat óf een van beide moet uitwijken, óf dat degene wint die de strategie verder heeft geperfectioneerd. Je heb dus de mogelijkheid om zelf tight-aggressive verder te spelen en te vertrouwen op je fijngevoeligheid in moeilijke beslissingen, of je past je door tighter spel (vermijden van deze situaties) of door looser spel (verandering van de dynamiek) aan de situatie aan.

Dit laatste kan alleen functioneren als je goed genoeg speelt, want anders wordt het duur. Tegen goede TAG's zul je nauwelijks in staat zijn om geld te winnen, zolang ze niet in de richting van de wTAG gaan. De TAG bezorgt je niet met opzet problemen, maar is ook geen aangename tafelpartner.

Loose-aggressive (LAG)

Hier hoeven we geen verschil te maken tussen goede en slechte LAG’s, want slechte LAG’s zijn vaak gewoon slechte TAG’s die meer handen spelen, of simpelweg maniacs. Een LAG gaat het spel anders in dan de TAG. Hij probeert beduidend meer om fouten bij tegenstanders uit te lokken om daar winst uit te slaan. Dit gebeurt wanneer ze met meer dan de standaardagressie worden geconfronteerd.

Er zijn preflop al een aantal basiseigenschappen, die met een juiste uitbuiting directe winst beloven, zoals bijvoorbeeld het stealgedrag. Neem een speler met een openraise van ongeveer 27% vanaf de CO. Krijgt hij een 3-bet tegen, dan speelt hij vaak alleen TT+ en AK verder, dus 3.5%. Hij foldt dus standaard 87% van zijn openraises op een 3-bet.

Riskeert een speler na een 4BB openraise 12BB voor een 3-bet en je verwaarloost de gevallen waarin een derde speler instapt, dan maakt hij met deze raise een directe winst van EV = 0.87 * 5.5 – 0.13 * 12 = 3.225 BB.

Dat is een heel hoge EV voor het risico van 12BB. Een goede TAG is zich dat ook bewust. In tegenstelling tot de LAG forceert hij het exploiten echter niet. Terwijl een TAG gewoon zijn 3-bet-regelmaat op een hoogte brengt dat de initiële openraiser zich niet onder te grote druk gezet voelt en zijn speelwijze grotendeels voortzet, valt de LAG de spot vaak duidelijk harder aan en dwingt de tegenstander tot reactie. Daardoor verdwijnt de oorspronkelijke +EV-situatie.

Daarvoor in de plaats komt met wat geluk een nog grotere +EV-situatie. Over het algemeen beïnvloedt deze speelwijze ook het image van de LAG. Dit is ook merkbaar aan het gedrag gedrag na de flop.

Ook hier probeert een TAG eerder uit bepaalde situaties een positieve verwachtingswaarde te trekken en die nog verder te kunnen doorvoeren, terwijl de LAG ze zo sterk gebruikt dat hij zijn tegenstander tot een reactie dwingt. Deze valt vaak slecht uit, omdat de spelers uit hun ervaringswereld worden getrokken, terwijl de LAG zich in zijn rol bewust op bekend terrein beweegt.

Terwijl een goede TAG slechts onprettig aan tafel is, wordt een goede LAG tot een echt probleem. Je kunt deze verhoogde looseness en agressie ook niet meer met een extra actie aanpakken. Vooral niet wanneer je dat niet gewend bent. Het enige wat je kunt doen is dus de LAG goed bestuderen en in zijn spel spots vinden waarin hij slecht speelt.

Het goede bericht is echter: Op grond van de veelheid aan beslissingen die de LAG treft, zijn er eigenlijk altijd wel een aantal niet goed. Het probleem daarbij is natuurlijk dat het om heel marginale situaties gaat, waarin je jezelf echter toch moet begeven om vol te houden.

In het begin treed je hem wel met een middelmatig passieve speelwijze tegemoet. Je speelt minder agressief en let minder op potbuilding (dit doet de LAG wel voor je), maar probeert wat vaker showdowngebonden te spelen. De veelheid aan handen die de LAG speelt zorgt er tenslotte voor dat zijn gemiddelde equity relatief klein is. Breng je de handen goed genoeg naar de showdown, dan kun je zo een uitgangspunt voor het spel vinden.

In totaal is de LAG wel de meest onaangename van de hier besproken kandidaten. Hij is goed en je wint daardoor weinig van hem. Bovendien is hij heel agressief en wanneer je iets wilt winnen, moet je daar altijd om vechten. Hier is je eigen handreading, je creativiteit en kennis van het spel gevraagd.

Maniac

Maniacs lijken bij het verschijnen aan tafel op de LAG’s. Het grote verschil is echter dat het om slechte spelers gaat. Je kunt veel geld uit ze krijgen en je edge is hier groter dan tegen iedere andere tegenstander. Terwijl de LAG probeert om zijn EV door het uitoefenen van druk te verhogen, heeft de maniac vaak plezier om alleen druk op te bouwen.

Je ziet dit vaak aan het feit dat maniacs zich veel te weinig instellen op verschillende tegenstandertypes. Ze spelen altijd agressief en proberen ook in situaties te bluffen waarin het werkelijk geen of slechts heel weinig zin heeft.

Terwijl je er tegen LAG’s ook op kunt rekenen dat je af en toe potten wint zonder showdown, is dat tegen de maniac de verkeerde aanpak. Hier win je je geld bij de showdown, door overspeelde made hands of blufs van de maniac. Slowplay en ook herocalls zijn de wapens van je keuze tegen dit type speler.

Het is ook erg belangrijk om op bepaalde speelwijzes van de maniac te letten. Terwijl goede spelers hier vaker variëren, is het vaak zo dat maniacs (zoals eigenlijk alle slechtere spelers) slechts over een behoorlijk beperkt repertoire aan speelwijzes beschikken en dit vaak ook slechts voor één type hand toepassen.

Bepaalde draws worden op de flop of turn geraised en andere niet. Vaak wordt op de river na een check met 100% gebet, ook wanneer een bluf totaal kansloos zou zijn. Anderen check/raisen iedere flop gewoon blind en zo verder.

Je komt ook vaak verkeerde speelwijzen tegen. De maniac speelt draws en zwakke handen heel agressief, terwijl hij tegelijkertijd probeert om enorm veel te slowplayen. De reden daarvoor ligt onder andere in zijn eigen speelwijze. Op de een of andere manier gaat iedere pokerspeler ervan uit dat andere spelers een vergelijkbare logica volgen als zijzelf. Als gevolg daarvan doet hij veel aan slowplay, wat tenslotte tegen hem ook heel goed zou functioneren.

Dit is ook een tegenstelling ten opzichte van de LAG, want deze weet dat hij, om zijn blufs en semi-blufs te kunnen spelen, ook veel made hands agressief voor value moet spelen. Daarom is ook hier het spel tegen de maniac eenvoudiger dan tegen de LAG.

Het is echter niet altijd leuk om tegen een maniac te spelen. Heb je echter controle over je eigen spel, dan is deze situatie misschien wel de meest winstgevende.

Loose-passive (LP)

Vaak ook callingstation genoemd. Duidelijk een verliezende speler, die simpel te bespelen is. Hij geeft door zijn passiviteit zelden of nooit problemen. Je kunt de potgrootte goed uitkiezen en ziet ook veel showdowns met zwakke handen, die je tegen een andere speler misschien in de loop van de hand zou moeten folden. LP's spelen normaal gezien hun kaarten. Ze spelen heel zelden agressief, en meestal gaat het daarbij om made hands of pure blufs.

Draws worden in plaats van agressief eerder passief gespeeld, om te zien of men treft. LP's verliezen net als maniacs veel geld bij de showdown, doordat ze gewoon te veel showdowns zien. Ze zijn daarentegen niet in staat om ook potten zonder showdown te winnen. Ze verliezen constant geld en zijn heel kwetsbaar voor valuebets.

Ze zijn vanaf het begin heel statisch en wanneer ze zich eenmaal iets hebben voorgenomen, proberen ze het vaak ook te bereiken. Vaak is dit slechts een showdown, maar soms ook een bluf. Ze gaan weinig tot helemaal niet in op veranderde situaties door de kaarten of het board of andere spelsituaties.

Tegen LP's zou je je eigen speelwijze in een manier moeten veranderen die je toestaat om meer middelsterke handen te treffen en minder voor misleiding of blufs te gaan. Op grond van de passiviteit krijg je sowieso zelden een grote pot die een heel sterke hand nodig zou hebben, en in totaal win je hier met middelsterke handen zoals top-pair het meest.

Je mag echter niet de fout maken om te denken dat LP's nooit zouden bluffen. Dit is echt fout, want ze bluffen zeker wel, en af en toe zelfs consequent over meerdere streets. Alleen helaas te zelden om daardoor gevaarlijk te worden.